Logo Reformatorisch Dagblad

Het onderstaande is een gedeelte uit het artikel "Leven in een vreemde wereld" in het Reformatorisch Dagblad van 30 november 2005, waarin ook andere boeken worden besproken die over autisme handelen.


Ervaringen
Nog meer ervaring is te lezen in het zojuist verschenen boek ”Een gat waar je hart zit” van Baukje van Kesteren. Van Kesteren, zelf persoonlijkheids­psychologe, komt er na haar vijftigste pas achter dat ze ADHD en een autistische stoornis heeft. Niet zeker is welke, maar waarschijnlijk de stoornis van Asperger. De diagnose is door een psychiater gesteld. Maar hoewel voor haarzelf daarmee veel puzzelstukjes op hun plaats zijn gevallen, is dat voor de lezer niet vanzelfsprekend.

In haar inleiding gaat de auteur uitgebreid in op haar eigen levensgeschiedenis. Daarin komen veel klachten en problemen aan de orde die doen denken aan een persoonlijkheidsstoornis. Eetproblemen, relationele problemen, concentratieproblemen, diepgaande gevoelens van eenzaamheid, chronische depressiviteit, diverse zelfmoordpogingen en ontelbare zelfmoordgedachten doen bij elkaar niet direct aan autisme denken. Maar, schrijft ze, met een hoge intelligentie maskeerde ze veel autistische tekorten.
Naast de psychische problemen was ze lichamelijk ziek. Uitgeput van het vechten om te overleven had ze de chronische vermoeidheidsziekte ME gekregen.

Door vrienden op het spirituele spoor gebracht, gaat de weg voor haar eindelijk omhoog en kan ze haar depressies achter zich laten. ”Een Cursus in Wonderen”, een boek dat in 1975 in Amerika verscheen en een innerlijke stem (die verondersteld werd van Jezus te zijn), gedicteerd aan de psychologe Helen Stucman, geven de aanzet voor haar herstel.
Van Kesteren gaat er dieper op in, terwijl ook antroposofische inzichten en het werk van de stichting Padwerk Nederland een grote plaats krijgen.
Een korte verkenning op de website van deze stichting levert het volgende citaat op, tevens uitgangspunt van de stichting: „Diep vanbinnen in je is de essentie van leven, een kern van bewustzijn en energie. Je kunt dat ”God” noemen, je kunt dat ”de kosmos” noemen, of ”je geest”, je kunt het ”het transpersoonlijke” noemen, of ”het albewustzijn”. Hoe je het ook noemt, het is immaterieel. Het gaat erom dat je weet dat je dit bent, dat je de illusie kwijtraakt dat je een afgescheiden punt in het universum bent. Om die ervaring van jouw werkelijkheid te bereiken is het nodig gebieden in je huidige manifeste bewustzijn uit de weg te ruimen die die illusie hebben geschapen: misvattingen en negatieve intenties en ontkenning van de waarheid. Het maakt niet uit of het gaat om een conceptuele waarheid. In het kort gezegd is dit het doel van het Pad.”

Eén en ander roept de nodige vragen op. Behalve dat deze theorieën en inzichten overduidelijk tot in de kern strijdig zijn met de Bijbelse visie op de mens -ook op de mens die lijdt aan een stoornis- is het ook moeilijk te begrijpen dat een autistisch mens, die al zo’n moeite heeft de zichtbare wereld in en om hem heen te begrijpen, geholpen wordt met dergelijke abstracties. Niettemin gewaagt de auteur ervan. Ze heeft geleerd in wezen volmaakt te zijn. Alles wat niet goed gaat in haar leven, al haar fouten en tekortkomingen, zijn slechts schijn, illusies, onbelangrijke ruis. Dat besef heeft haar negatieve zelfbeeld weggenomen en tevens de voedingsbodem van haar chronische depressie.

Eenzaamheid
Behalve de beschrijving van deze persoonlijke levensweg wordt in het boek aandacht besteed aan wat autisme is, wat er wel en wat er niet aan te doen is. Twintig mannen en vrouwen met een autistische stoornis komen zelf aan het woord naar aanleiding van de vraag in welke mate en op welke wijze eenzaamheid -waarvan wordt verondersteld dat zij een veel voorkomend probleem is bij autisten- een rol speelt in hun leven.

Niet al deze mensen bleken last van eenzaamheid te hebben. Waar er wel sprake van was, werd het vooral veroorzaakt door de problemen bij het leggen en onderhouden van contacten. Daardoor ontstonden maar weinig goede relaties en hebben velen geen partner, gezin of werkkring. En wanneer men wel eens in gezelschap verkeert, maakt het onvermogen zich vlot in te voegen in de sociale interactie de eenzaamheid vaak nog groter. Juist de mensen die zich halverwege het normaal en autistisch functioneren bevinden, zijn zich pijnlijk bewust van hun onvermogen en kunnen de eenzaamheid sterk ervaren. Van anderen verlangen ze vooral meer begrip, erkenning en acceptatie. En bovenal geduld: laten anderen hun meer tijd en ruimte geven er ook bij te horen.

Dit gedeelte van het boek spreekt aan en geeft het zijn waarde. In de bijdragen komen mensen en autisme dichtbij. Toch blijft het hele boek door de vervreemding een rol spelen waar het gaat om de persoonlijke ervaringen van de auteur in combinatie met de diagnose autisme. De vele zelfgemaakte gedichtjes die aan de tekst toegevoegd zijn, overtuigen helaas ook niet. De ene keer is het de dramatiek, de andere keer het simplistische dat de zeggingskracht tenietdoet.

”Een gat waar je hart zit. Eenzaamheid bij mensen met autisme”, door Baukje van Kesteren; uitg. SWP, Amsterdam, 2005; ISBN: 90 6665 664 6; 173 blz.; € 18,90.

Sluit dit venster