Op de pagina Levensverhaal vertel ik over de psychische problemen die op mijn negentiende de kop opstaken - een eetstoornis, chronische depressiviteit en ernstige concentratieproblemen. Deze problemen hebben mijn leven lange tijd bijzonder zwaar gemaakt, en ook mijn studie en mijn werk ernstig belemmerd. Omdat het zo'n gevecht tegen de bierkaai was, heb ik in die tijd vaak gedacht: 'Tegen de tijd dat ik mijn psychische problemen heb opgelost, ben ik lichamelijk ziek'. En ja, zo ging het inderdaad - of liever, ik werd ziek lang voordat er licht aan de horizon begon te gloren. In september 1992, ik werkte toen aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen, was ik van de ene dag op de andere totaal uitgeput. Ik kon bijna de hele dag alleen maar liggen en kreeg het pas om een uur of vier 's middags voor elkaar om me aan te kleden, wat boodschappen te doen, eten te koken en te eten. Dan was m'n energie weer op.
Vrij kort nadat deze uitputting toesloeg, las ik een artikel in de Libelle over het 'Postviraal Syndroom', wat een andere naam is voor wat men later ME/CVS (chronische vermoeidheidssyndroom) is gaan noemen. Hierover is een boekje met de titel 'Het post-viraal syndroom' geschreven door de orthomoleculair voedingsdeskundige Ruud A. Nieuwenhuis en de orthomoleculair arts Jan Schilders. Nieuwenhuis had een orthomoleculaire praktijk in Den Haag, waar ik me een tijdlang heb laten behandelen. Het was voor mij erg ver weg (ik woonde op dat moment in Enschede) en door de uitputting was de reis bijna niet te doen. Ik heb het dan ook niet zo lang volgehouden en ben nog vele jaren ziek geweest.
Over het geheel genomen werd mijn ziekte in de loop van een jaar of tien steeds erger, met een positieve uitschieter in de zomer van 2000. Door de jaren heen varieerden de klachten die het meest op de voorgrond stonden.
Eerst had ik, zoals hierboven beschreven, een periode van ernstige uitputting. Daarna kwam er een periode waarin de moeheid niet meer zo overheerste, maar waarin ik enerzijds heel veel last had van oorsuizingen en me anderzijds erg vaak grieperig voelde. Deze twee symptomen hingen met elkaar samen: als mijn oorsuizingen erger werden wist ik dat ik me heel kalm moest houden, om niet met griepachtige verschijnselen hele dagen in bed terecht te komen.
Vervolgens kwam er een periode waarin ik zo overgevoelig was voor prikkels, vooral voor geluid maar ook voor licht en geuren, dat een sociaal leven vrijwel onmogelijk werd. In een omgeving met achtergrondmuziek hield ik het niet uit; achtergrondmuziek bezorgde me een gevoel alsof ik onder stroom stond, ongeacht hoe hard of zacht de muziek stond. Dan merk je pas hoezeer onze maatschappij als het ware doortrokken is van achtergrondmuziek of muzak.
Mensen ontmoeten was bijna onmogelijk voor me, want dat hield in dat ik met prikkels overvoerd werd: mensen maken geluid, ze lopen voor je ogen heen en weer, ze praten, je moet wat terugzeggen, alles wat er gezegd wordt moet je ook nog eens verwerken, en niet in de laatste plaats doen zich bij een ontmoeting allerlei emoties voor waar je mee om moet kunnen gaan. Dat is jarenlang bijna onmogelijk voor me geweest; reden waarom ik in die tijd een zeer geïsoleerd leven leidde. Dat heeft me vaak erg wanhopig gemaakt.
Zie voor een boeiende en ‘compacte’ theorie over de oorzaken en instandhoudende factoren van ME de pagina ME/CVS .
Zoals gezegd had ik al vanaf mijn negentiende last van ernstige, chronische depressiviteit. Het chronische karakter van deze depressiviteit verdween in het voorjaar van 2003; ik had er toen ruim 33 jaar last van gehad. Sindsdien ben ik nog wel vaak depressief geweest, maar het was dan altijd een reactie op mijn ziek zijn of op externe omstandigheden. De depressiviteit was niet meer een chronisch gevoel van diep-ongelukkig zijn, zoals voorheen.
Dat het chronische karakter van de depressie tot een einde kwam was, globaal gezien, te danken aan twee dingen. Enerzijds had ik eindelijk ontdekt aan wat voor soort psychische stoornissen ik leed: adhd en een stoornis uit het autistisch spectrum. Dit nam een enorme last van mijn schouders. Eindelijk begon ik te begrijpen waardoor allerlei dingen in mijn leven en in mijn omgang met mensen me voor zo verschrikkelijk veel, veelal ernstige problemen plaatsten. Bovendien werd het me nu duidelijk dat ik bepaalde dingen aan mezelf nu eenmaal niet kon veranderen, dus dat ik maar het best kon zorgen dat ik er zo goed mogelijk mee om leerde gaan.
Tot dan toe was alle psychotherapie die ik had gehad (zo'n 17 à 20 jaar in totaal) erop gericht geweest, dingen aan mij te veranderen. Vaak is dat trouwens een verborgen agendapunt van psychotherapie, en ik denk dat veel therapeuten het zelf niet eens doorhebben. Hoewel er openlijk wordt gezegd dat je moet leren jezelf te accepteren zoals je bent, ben je in de praktijk alleen goed genoeg als je op een acceptabele wijze je gevoelens kunt uiten, iets voelt bij die gebeurtenissen waarbij anderen ook iets voelen, en bereid en in staat bent mensen 'dichtbij te laten komen'. Allemaal dingen die mensen met een autisme-spectrumstoornis misschien wel enigszins kunnen leren, maar waar ze vaak een heel leven voor nodig hebben, niet slechts een in tijdsduur beperkte therapie.
Het krijgen van de juiste diagnose was dus één oorzaak waardoor het chronische karakter van de depressie sterk afnam. Anderzijds was het me begin 2002 gelukt het uiterst negatieve zelfbeeld dat ik altijd had gehad, los te laten. Dit was weliswaar mede te danken aan het krijgen van de juiste diagnose en het feit dat ik daardoor meer begrip kreeg voor mijzelf, maar een andere factor was hierbij van minstens evenveel belang. Dat was mijn studie van Een Cursus in Wonderen. De Cursus leert je dat je in wezen volmaakt bent, dat alles wat niet goed gaat in je leven, al je fouten en tekortkomingen, schijn is, illusie. Als ik het eenvoudig wil uitleggen zonder er al te spiritueel over te doen, heb ik het over tekortkomingen en fouten als over 'onbelangrijke ruis'. Het besef dat ik in wezen volmaakt ben heeft mijn negatieve zelfbeeld weggenomen, en daarmee de voedingsbodem voor de depressie.
In het voorjaar van 2002 kreeg ik mijn officiële diagnose 'autisme-spectrumstoornis' en zoals gezegd, ongeveer een jaar later was mijn depressiviteit niet langer chronisch van karakter. Nóg weer een jaar later merkte ik dat ook mijn lichamelijke gezondheid begon te verbeteren; dat was dus in het voorjaar van 2004. Op het moment dat ik dit schrijf is het maart 2008, weer vier jaar later dus, en er is in de afgelopen jaren ongelooflijk veel veranderd wat mijn lichamelijke gezondheid betreft. Na een jaar of drie kon ik zeggen dat ik voor zo'n 80% genezen was van mijn ME. Nu kan ik zeggen dat ik vrijwel volledig genezen ben van de ME, en dat ik vitaler ben dan ooit. Ik ervaar dat als een groot wonder. Dertien jaar lang heb ik elke middag moeten rusten. Eigenlijk moest ik dan slapen om niet nog erger ziek te worden, maar ik was een slechte slaper, dus dat lukte vaak niet. Een vroegere collega vroeg me in die tijd wel eens of al dat in bed liggen niet verslavend was - mijn antwoord was dan, dat ik zó de pest aan mijn bed had dat ik het zou verkopen zodra ik beter was. Dat is natuurlijk onzin, en gelukkig heb ik nu niet meer zo'n hekel aan m'n bed. Maar ik kan achteraf niet meer beschrijven hoe het was om zo ziek te zijn, en evenmin wat het grote verschil is tussen mijn leven van toen en dat van nu. Het is heerlijk om zo vitaal te zijn en zoveel energie te hebben - dat is het mooiste van deze genezing. Het op één na mooiste was het proces van langzamerhand steeds beter worden.
Desondanks heb ik door die ziekte zeker 'een jas uitgedaan', zoals ze dat wel zeggen. Hierboven vertelde ik al over mijn overgevoeligheid voor geluid. Gelukkig kan ik tegenwoordig zo nu en dan weer naar muziek of naar de radio luisteren, al is het mondjesmaat. En als ik in een café zit te praten, kan ik me vaak ook wel voldoende afsluiten van de achtergrondmuziek, die me in het algemeen nog steeds stoort. Maar in m'n eentje is dat een stuk moeilijker, en er zijn dagen dat ik maar beter niet in een warenhuis kan komen, omdat ik de achtergrondmuziek niet verdraag.
Zo zijn er wel meer dingen die me een stuk moeilijker afgaan dan voordat ik ME kreeg. Reizen bijvoorbeeld, en me tussen veel mensen bevinden. Eigenlijk weet ik niet eens of dat vroeger nou echt zoveel minder problematisch verliep dan nu, of dat ik mezelf in die tijd forceerde zonder het in de gaten te hebben. In elk geval ga ik nu in verschillende opzichten voorzichtiger met mezelf om, bijvoorbeeld door niet te veel verschillende dingen op één dag te doen en niet te veel afspraken in één week te maken. Er moet altijd voldoende tijd tussen zitten om bij te komen; iets wat in z'n algemeenheid kenmerkend is voor mensen met een autisme-spectrumstoornis.
Oorspronkelijk heette deze pagina Genezing, zonder het vraagteken erachter. Dat was omdat ik hem schreef in de tijd dat ik bezig was, stapje voor stapje van mijn ME te genezen. Het feit dat ik daarvoor in de plaats echter een aantal andere, ten dele nogal raadselachtige klachten heb gekregen is één reden waarom ik het vraagteken op een gegeven moment heb toegevoegd. Een andere reden is dat het woord 'genezing' door mijn studie van het boek Een Cursus in Wonderen inmiddels een andere betekenis voor me heeft gekregen. Genezing in termen van de Cursus speelt zich niet af op het lichamelijke vlak, maar op het niveau van het denken. Het is ons denken dat heling nodig heeft.
Dit is een onderwerp dat voor veel mensen gevoelig ligt, naar mijn idee vooral omdat er veel misverstanden over bestaan. In diverse aan new age verwante stromingen wordt mensen verteld dat ze kunnen genezen als ze maar de juiste levenshouding hebben. Dat is volgens mij niet juist. Niet iedereen kan van al zijn ziekten genezen, al was het maar omdat je met sommige kwalen en beperkingen geboren wordt. Het idee dat iedereen van zijn lichamelijke en psychische kwalen zou kunnen worden genezen, raakt bovendien vaak aan diepgewortelde schuldgevoelens. En Een Cursus in Wonderen zegt nou juist, dat 'schuld' een illusie is. Dat het juist de gedachte aan schuld is waarvan wij genezing, verlossing nodig hebben. Die genezing vinden wij door elkaar te vergeven: door de ander te 'ontslaan' van zijn (vermeende) schuld, bevrijden we ook onszelf van schuld.
Hoe de wereld eruit ziet als ik iedereen alles vergeven heb waarvan ik (volgens de Cursus ten onrechte) denk dat het mij is aangedaan, weet ik nog niet. En hoe het met mijn lichaam gesteld zal zijn als ik dat eenmaal gedaan heb, evenmin. Het proces dat ik doormaak dankzij het bestuderen van Een Cursus in Wonderen, confronteert me met het feit dat ik nog veel grieven met me meedraag - grieven die losgelaten dienen te worden om mijn medemensen en mijzelf te kunnen zien zoals we werkelijk zijn. Toch heb ik al vaak ervaren dat vergeving een helend effect heeft op relaties; zie daarvoor de pagina ACIM.
Welkom |
ACIM |
ADD/ADHD overzicht |
ADD en ADHD |
Artikelen |
Autisme, ASS |
Bekroonde gedichten |
Boeken
Columns | Cora |
E-mail |
Dichtbundels |
Dichten |
Dichten - diversen |
Foto's |
Gastenboek |
Genezing? |
Handleiding
In de media |
Interviews |
Levensverhaal |
Lezingen |
Lezingen, archief |
Links |
Literatuur |
Maillijsten |
ME/CVS
Nieuwsgroepen |
Recensies |
Schrijven |
Sitemap |
Verhalen |
Verstrooid | Voorlezen |
Weblog |
Welkom
Datum laatste wijziging: 23 oktober 2009