Over ADD en ADHD - hierna meestal samengenomen onder de naam ad(h)d - bestaan al veel goede websites. Een van de belangrijkste voor het Nederlandse taalgebied is de Hersenstormpagina van Anne-Marie van der Gouw. Elders op deze website (zie Verstrooid) besteed ik aandacht aan de theorie van Gabor Maté over het ontstaan van ad(h)d. Hieronder geef ik een korte toelichting op de termen ADD, ADHD en ad(h)d. Deze wordt gevolgd door een kritische kanttekening bij het gebruik van tests bij het stellen van de diagnose ad(h)d, afkomstig uit het boek Driven to Distraction van Hallowell en Ratey en door mijzelf vertaald. Daarna geef ik een paar vragen en antwoorden resp. reacties weer, afkomstig uit de nieuwsgroep nl.support.adhd+add.
Deze pagina is verder als volgt ingedeeld:
Ad(h)d is in Nederland, en waarschijnlijk in veel westerse landen, vooral bekend van de 'extreem drukke kinderen' waarvan bijna iedereen er inmiddels wel één of meer van nabij kent, en anders wel van de TV. Er bestaan echter verschillende vormen van ad(h)d. Het meest opvallende onderscheid is dat tussen de hyperactieve en de niet-hyperactieve vormen. Niet-hyperactieve vormen van ad(h)d worden vaak ADD genoemd. Deze termen worden echter niet consequent op deze manier gebruikt; er zijn deskundigen die alle vormen van ADD en ADHD met ADD aanduiden, er zijn er die alle vormen met ADHD aanduiden en er zijn er die het bovengenoemde onderscheid maken. Op deze website heb ik waar mogelijk gekozen voor één afkorting die zowel ADD als ADHD omvat, met de schrijfwijze ad(h)d.
De afkorting ADD staat voor Attention Deficit Disorder, de afkorting ADHD voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Het gaat dus in alle gevallen om een stoornis op het gebied van de aandacht - niet het feit dat het kind of de persoon in kwestie te weinig of te veel aandacht krijgt, maar dat hij of zij de eigen aandacht slecht kan reguleren. Dit uit zich in een onvermogen om zich voldoende te concentreren wanneer dat nodig is, in de meeste gevallen gecombineerd met een overmatige concentratie op dingen waarin men sterk is geïnteresseerd. Dit laatste wordt hyperfocussen genoemd. Hyperfocussen doe je bijvoorbeeld als je een boek leest en daarbij alles om je heen vergeet. Per persoon kan het onderwerp waarop of de activiteit waarbij gehyperfocust wordt, echter sterk verschillen.
Volwassenen en kinderen met een niet-hyperactieve vorm van ad(h)d vallen minder op dan degenen die hyperactief zijn; het zijn vooral dromers, vaak te herkennen aan het dagdromen wat ze doen, aan het feit dat ze geneigd zijn met het hoofd in de wolken te lopen. Net als degenen met een hyperactieve vorm van ad(h)d zijn ze vaak vergeetachtig.
Een slechte regulering van de aandacht is dus een hoofdkenmerk van ad(h)d; hyperactiviteit kan het zijn, en impulsiviteit is een derde hoofdkenmerk.
Bij de diagnosticering van ad(h)d wordt steeds meer gebruik gemaakt van psychologische tests zoals aandachtstests.
| N.B. | Ik heb het hier uitdrukkelijk niet over tests in de vorm van
vragenlijsten. Daarbij wil ik bovendien opmerken dat lang niet elke
vragenlijst ook een betrouwbare en valide psychologische test is. Voor het
stellen van een psychiatrische diagnose zijn vragenlijsten vaak
onontbeerlijk, maar een echte psychologische test is geijkt en daarvan weet
men precies wat hij meet en hoe goed hij dat meet. Een
vragenlijst die niet op een dergelijke manier is geijkt, geeft in de regel
hooguit een indicatie van wat er aan de hand is; maar in veel gevallen heeft
men nog geen betere 'instrumenten' ter beschikking en compenseert men
dat door veel verschillende instrumenten en observaties te gebruiken.
In deze paragraaf gaat het echter niet over vragenlijsten maar over aandachtstests en dergelijke: tests waarbij bijvoorbeeld de reactiesnelheid in combinate met het aantal gemaakte fouten wordt gemeten. |
In Driven to Distraction van Hallowell en Ratey staat duidelijk dat tests ad(h)d niet met zekerheid kunnen uitsluiten. Ofwel, je kunt het goed doen op zo'n test, en toch ad(h)d hebben. Dit wordt helaas nog vaak over 't hoofd gezien.
Een vertaling van wat zij hierover schrijven op pagina 206 van hun boek
(in de volgende alinea's staat ADD voor zowel ADD als ADHD):
'Een ernstige waarschuwing moet hier worden gegeven met betrekking tot het
gebruik van psychologische tests. Vaak vertrouwen mensen te sterk op het gebruik
van psychologische tests om de diagnose ADD te stellen. Dit is echter een
ernstige fout, omdat het gebruik van psychologische tests vaak ten onrechte
negatief uitvalt. Dat wil zeggen, veel mensen die in feite ADD hebben schijnen
het niet te hebben als hun een psychologische test wordt afgenomen. Dit is omdat
de testprocedure de ADD tijdelijk kan behandelen, waarbij gedurende de
testperiode de symptomen worden opgeheven. Drie van de beste manieren om ADD te
behandelen zijn individueel onderwijs, een sterke motivatie en iets nieuws. Het
is typerend voor mensen met ADD dat zij zich in een een-op-een situatie kunnen
concentreren, terwijl ze gemakkelijk afleidbaar worden in een groepssituatie
zoals een klas, de werkomgeving of een feestje. Ook verdwijnen de symptomen vaak
in situaies waarin het individu sterk gemotiveerd is. En nieuwe situaties -
ongebruikelijke of nieuwe gelegenheden - kunnen de persoon met ADD zodanig
stimuleren dat zijn aandacht geconcentreerd raakt. De procedure van het
psychologisch testen omvat al deze drie 'behandelingen' voor ADD. Het wordt
individueel gedaan, waarbij de psycholoog het individu mondeling door de tests
leidt, het daardoor moeilijk voor hem makend om af te dwalen. Het is typerend
dat de persoon in kwestie sterk gemotiveerd is, omdat hij probeert 'de test goed
te doen'. En de testsituatie is sterk stimulerend dankzij het nieuwe ervan. Deze
drie factoren bij elkaar maken de testsituatie tot een bijna ideale behandeling
van ADD, maar een verre van ideale siutatie om ADD te ontdekken. Men moet erg
sceptisch staan tegenover een psychologische testsituatie waarin geen bewijs
wordt gevonden voor ADD, indien de klinische gegevens uit het werkelijke leven
de diagnose ondersteunen.'
Hieronder een paar vragen en opmerkingen die in de loop van de afgelopen jaren zijn gesteld, resp. gemaakt, in de nieuwsgroep nl.support.adhd+add, met mijn reactie erop.
Weet er nog één: de televisiegids.... Die keren dat ik er in kijk, neem ik vaak in 1x de hele dag/avond door. Echter meestal van de verkeerde dag of week. Dit komt zo vaak voor, dat ik eigenlijk mijn partner ervan verdenk de gids expres op de verkeerde dag te leggen of de gids van een week eerder of later neer te leggen. Anders kan ik niet begrijpen hoe ik het aldoor voor elkaar krijg me super te concentreren op net het verkeerde....
Dat doet me denken aan een uitspraak in het boek Scattered van Gabor Maté. Hij haalt daarin een cliënt aan die zegt: 'Ik snap niet hoe ik het klaarspeel, maar als ik een kans heb van 50% om de verkeerde kant op te rijden als ik moet afslaan, rijd ik in 75% van de gevallen verkeerd.' Met andere woorden, het is een aangeboren talent om de verkeerde bladzij op te zoeken. Of om de verkeerde partner uit te zoeken, natuurlijk. ;-)
Kent iemand studies hierover? Dus of er een bepaald type ouder/opvoeding meer voorkomt bij ADHD-kinderen dan bij 'normale' kinderen ?
Tja, veel kinderen met ADHD hebben ook een of twee ouders met ADHD. Niet altijd herkend natuurlijk. En die ouders hebben dan dus zelf ook vaak moeite met structureren. Ik besef dat dit geen verwijzing naar een studie is, maar het is wel waar. :-) Je kunt het trouwens terugvinden in het boek Scattered van Gabor Maté, en die verwijst wel weer naar heel veel literatuur. Hij heeft bovendien zelf ADHD en twee of drie kinderen die het hebben. En hij beschrijft dus ook uit eigen ervaring hoe het is het om, als ouder met ADHD, kinderen met ADHD op te voeden. Hij geeft ook richtlijnen voor de opvoeding. Eén tip wil ik jullie niet onthouden: stel niet allerlei eisen aan je kind die niet echt noodzakelijk zijn. Daar maak je het leven alleen maar onnodig zwaarder door. Dus beperk je tot dat wat echt belangrijk is.
Ik begreep uit een ander postje ergens een keer dat er ook meer nieuwe verbindingen in de hersens worden gemaakt (t.g.v. Ritalingebruik - B.) en dat de doorbloeding van een specifiek onderdeel beter wordt. Dit tik ik vanuit m'n geheugen en is daardoor wat onbetrouwbaar.
Ik herinner me dat ook. Volgens mij zit het zo: zodra de hersenen beter gaan functioneren, worden er inderdaad meer van die verbindingen gemaakt, waardoor de hersenen ook een betere opbouw krijgen. Overigens worden er ook wel meer verbindingen gemaakt tijdens een inadequaat functioneren van de hersenen, maar die zijn uiteraard minder bruikbaar want die versterken juist het inadequaat functioneren. Gabor Maté refereert hieraan in zijn boek Scattered met de woorden: Cells that fire together, wire together. Ofwel, cellen die vaak gezamenlijk reageren op een bepaalde prikkel, gaan zich ook sterker met elkaar verbinden. Dit kan dus zowel een negatief als een positief effect hebben, afhankelijk van de vraag of de hersenen adequaat reageren of niet. In de babytijd van kinderen met ADHD gaat het vaak fout, reageren dus de verkeerde cellen te vaak, en wordt dat deel van de hersenen verhoudingsgewijs te groot (en omgekeerd), waardoor hun gedrag op latere leeftijd mede bepaald wordt. Op latere leeftijd kan dit echter nog gedeeltelijk gecorrigeerd worden. Ik denk dat dat een sterk argument is voor de juiste vormen van fysiotherapie, edukinesiologie, massages e.d. Maar ik kan me dus goed voorstellen dat het regelmatig gebruik van Ritalin dit effect eveneens heeft.
Welkom |
ACIM |
ADD/ADHD overzicht |
ADD en ADHD |
Artikelen |
Autisme, ASS |
Bekroonde gedichten |
Boeken
Columns | Cora |
E-mail |
Dichtbundels |
Dichten |
Dichten - diversen |
Foto's |
Gastenboek |
Genezing? |
Handleiding
In de media |
Interviews |
Levensverhaal |
Lezingen |
Lezingen, archief |
Links |
Literatuur |
Maillijsten |
ME/CVS
Nieuwsgroepen |
Recensies |
Schrijven |
Sitemap |
Verhalen |
Verstrooid | Voorlezen |
Weblog |
Welkom
Datum laatste wijziging: 23 oktober 2009